De hoeksteen

  • 01_voorpleinoverzicht.jpg
  • 02_rechtsschoolplein.jpg
  • 03_rechtsschoolplein.jpg
  • 04_rechtsentree.jpg
  • 05_entree.jpg
  • 06_linksentree.jpg
  • 07_linksschoolplein.jpg
  • 08_gymnastiek.jpg
  • 09_gymnastiek.jpg
  • 10_achterplein.jpg
  • 11_achterplein.jpg
  • 12_bsohoek.jpg
  • 13_groep.jpg
  • 14_groep.jpg

Meerbegaafde leerlingen

Wanneer meerbegaafde leerlingen de basislesstof verwerkt hebben, bieden wij hen verrijkings- en verdiepingsstof aan. Deze bestaat o.a. uit opdrachten die door onze methodes aangeboden worden voor de meerbegaafde leerlingen. Daarnaast maken we ook veel gebruik van aanvullende materialen, die speciaal bestemd zijn voor meerbegaafde leerlingen. Voorbeelden van deze materialen zijn 'Taalmeesters' en 'Taaltoppers'.

In de groepen 1 en 2 werken we met zogenaamde 'Ontdekdozen' en andere verrijkingsmaterialen. Deze materialen worden op rekengebied ingezet bij de stickerclown en het werken met ontwikkelingsmateriaal. In overleg met de intern begeleider wordt bekeken welke kinderen hiervoor in aanmerking komen. In de hogere groepen heeft iedere klas een 'Verrijkingskist' voor taal en een 'Verrijkingskist' voor rekenen voor de meerbegaafde leerlingen staan. Daarin zitten allerlei materialen. De kinderen mogen hieruit kiezen wat ze aan verrijkingsopdrachten gaan doen. De verrijkingsopdrachten voor taal kunnen de kinderen veelal zelfstandig of in tweetallen maken. De kinderen die met rekenen werken uit de 'Verrijkingskist' krijgen hiervoor minimaal eenmaal per week gerichte instructie. Eens in de twee weken wordt het werk van de afgelopen twee weken door de leerkracht samen met het kind, dat uit de 'Verrijkingskist' werkt, beoordeeld. Daarnaast doen deze kinderen nog 1 à 2 maal per week buiten de groep in een klein groepje allerlei activiteiten voor meerbegaafde kinderen.

Per CITO-ronde wordt bekeken welke kinderen er in aanmerking komen voor het verrijken. Daarbij wordt gekeken naar de resultaten op de CITO-toetsen en de methodegebonden toetsen. Tevens wordt er gekeken naar de werkhouding en het werktempo van de kinderen. Dit gebeurt allemaal in overleg met de intern begeleider. Het kan zijn dat een kind tijdens een periode mag verrijken, maar dat er op den duur weer overgegaan wordt op het reguliere onderwijsaanbod, omdat de toetsresultaten en/of de werkhouding van het kind uitwijzen dat hij niet meer in aanmerking komt voor het verrijken.

Voor sommige kinderen is dit niet genoeg. Deze kinderen hebben nog meer uitdaging nodig en voor deze kinderen is er de Day a Week School (DWS). Vanaf groep 5 komen kinderen hiervoor in aanmerking. Ieder jaar wordt er in oktober een screening gedaan in groep 5 (en bij uitzondering in groep 6 en 7). Alle kinderen moeten een speciale toets maken en kinderen die hier opvallend op presteren, worden besproken door de intern begeleider met de DWS teacher. De intern begeleider en de DWS-teacher bekijken vervolgens wie er in aanmerking komt voor de DWS.